Zoeken in deze blog

maandag 21 september 2026

De bibliotheekcertificering is toe aan een bredere focus

Op dit moment behandelt de Tweede Kamer het wetsvoorstel voor vernieuwing van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob). In de schriftelijke reactie van de minister op de vragen van de Kamer over het wetsvoorstel wordt maar liefst negen keer benadrukt dat het bibliotheekstelsel een decentraal stelsel is. Waarmee wordt bedoeld: gemeenten mogen zelf bepalen welke normen passend zijn, bijvoorbeeld voor de vraag wat een redelijke afstand tot een bibliotheek is. Die decentrale ruimte past bij het koesteren van lokale verschillen, maar kent ook een risico. Als de gemeentelijke financiën onder druk (blijven) staan, kan de zorgplicht van gemeenten verschralen tot een minimale verplichting, zelfs als de VNG (zoals is aangekondigd) met een handreiking komt waarin streefwaarden staan.

De VNG-handreiking wordt geen onderdeel van de wet en zal dus niet afdwingbaar zijn. En het interbestuurlijk toezicht (IBT) waarin is voorzien houdt slechts in dat provincies zullen checken of een gemeente haar taak heeft uitgevoerd, niet hoe zij dat heeft gedaan. De nieuwe Wsob is dus  geen instrument dat vanzelf leidt tot sterke, toekomstbestendige bibliotheekvoorzieningen. Om deze reden ben ik er voorstander van om de certificering (in de bibliotheeksector een goed functionerend systeem) hierbij een bredere rol te laten spelen. 

Aandacht bij certificering voor de context

Bij het certificeren van bibliotheken (door de Certificeringsorganisatie Bibliotheekwerk, Cultuur en Taal, de CBCT) ligt nu vooral de nadruk op de kwaliteit van de bibliotheekorganisatie zelf: doet de bibliotheek haar werk goed? En kan zij dat met documenten onderbouwen? De volgende logische stap in de ontwikkeling van het systeem van certificering is wat mij betreft het introduceren van een wederkerige benadering. Niet alleen bibliotheken, maar ook subsidiërende  overheden (in de toekomst zorgplichtig) moeten aanspreekbaar zijn op het functioneren van het bibliotheekstelsel. Een sterke openbare bibliotheek vraagt immers niet alleen om een goed functionerende organisatie, maar ook om een overheid die de voorwaarden schept waaronder die organisatie haar maatschappelijke opdracht kan waarmaken.

In de certificering vraagt dit om een bredere focus. Niet meer alleen aandacht voor het op orde hebben van de interne processen en het produceren van documenten die dat onderbouwen, maar ook voor de context waarin de bibliotheek moet functioneren: de afstand die inwoners moeten overbruggen tot een bibliotheekvoorziening, de mogelijkheid om professioneel te werken en de impact die de bibliotheek  kan hebben. Een bibliotheek kan immers niet in haar eentje verantwoordelijk worden gehouden voor resultaten als het de gemeente is die de randvoorwaarden bepaalt.

Pleidooi voor een aanvullende CBCT-norm

Ik ben er voorstander van om artikel 6 van de nieuwe Wsob (handelend over de zorgplicht en het meerjarenplan) te vertalen in een nieuwe CBCT-norm die wordt toegevoegd aan het bestaande normenkader Kwaliteit in Beeld (KiB). Zodoende blijven de eisen van de wet geen dode letter, maar worden ze bestuurlijk en maatschappelijk betekenisvol gemaakt. Daarbij bepleit ik dat deze ontwikkeling wordt ondersteund door een landelijke monitor die door de CBCT (of de KB) wordt bijgehouden en periodiek gepubliceerd. In de monitor moet worden zichtbaar gemaakt in welke mate gemeenten de benodigde randvoorwaarden voor hun bibliotheek weten te realiseren. Vergelijk het met de Atlas voor gemeenten, de overzichtsrapporten van de Onderwijsinspectie of de Atlas Leefomgeving waarin het RIVM per gemeente de fijnstofconcentratie weergeeft. Van het publiceren van de verschillen tussen gemeenten kan een disciplinerende werking uitgaan die een waardevolle aanvulling vormt op de wet. 


Publieke transparantie en onderlinge vergelijking zullen druk zetten op gemeenten om de wet te handhaven. En dat kan nodig zijn, want om Willem Elsschot te parafraseren: tussen wetten aannemen en ze naleven staan praktische bezwaren en gemakzucht die des morgens komt wanneer men werken gaat. Door de scope van het normenkader KiB te verbreden tot de bestuurlijke omgeving van de bibliotheek en hierover te publiceren, wordt bevorderd dat de Wsob geen stelsel van minimale naleving wordt.