woensdag 4 november 2015

Van buurtzorg naar cultuurzorg

De creatieve cyclus moet blijven functioneren
De afgelopen maanden ondersteunde ik in Brabant een tijdelijke commissie, in het leven geroepen door de Brabantse gedeputeerde cultuur Henri Swinkels samen met de Vereniging van Brabantse Gemeenten. De commissie werd opgericht omdat er in Brabant fors is bezuinigd waardoor er kaalslag dreigt voor de buitenschoolse cultuureducatie.

Deze week bracht de commissie haar advies uit in de vorm van een pamflet en een rapport. Een belangrijk element in het pamflet is een pleidooi voor nieuwe organisatiemodellen. De ideeën hierover van Kunstbalie en de vereniging van Brabantse kunstencentra (DOKe) zijn door de commissie omarmd. De commissie pleit voor het laten ontstaan van flexibele projectbedrijven die op lokaal niveau als een spin in het web functioneren. Deze lokale teams moeten worden ondersteund door een professionele backoffice die voor de gehele provincie werkzaam is voor personeelszaken, inkoop, organisatie, financien, automatisering, marketing, huisvestingszaken. Net zoals het systeem van Buurtzorg: een hoofdkantoor en een veelheid aan zelfsturende teams.

Daarbij is het belangrijk om de organisatie neer te leggen bij partijen die de ambitie en wendbaarheid hebben om de transitie te maken. Dit kunnen centra voor de kunsten of bibliotheken zijn, maar ook andere culturele ondernemers of een samenspel van partijen. De projectbedrijven kunnen bijvoorbeeld bestaan uit programmamanagers, netwerkers en docenten die zichzelf vormen uit kunstenaars, semiprofs, amateurs, verenigingen en eventueel ook professionals en geïnspireerde betrokkenen uit andere domeinen. Randvoorwaardelijk is slechts de formulering van een gezamenlijk doel en het kunnen steunen op het professionele hoofdkantoor.
 
Het zal tijd vergen om de stap te zetten van de huidige situatie naar een breed scala van projectbedrijven. Provincie en gemeenten kunnen onderling afspraken maken over het begeleiden van een (overgangs)traject, net zoals dat in Brabant eerder gebeurde met de marktplaatsen voor de binnenschoolse cultuureducatie. Provincie en gemeenten moeten hiervoor geld en tijd uittrekken. Bij de provincie denkt de commissie aan € 2,5 mln. voor vier jaar. Afspraken kunnen worden neergelegd in convenanten tussen provincie en gemeenten. De convenanten moeten uitgaan van een visie op het lokale culturele leven en gelden voor een langere periode.
 
Tot slot: essentieel is bestuurlijke bevlogenheid. De commissie roept de gedeputeerde én de Brabantse wethouders daartoe op. Alleen als gedeputeerde en wethouders samen het culturele besef bij de Brabantse gemeenten weer aanwakkeren kan er cultureel aanbod blijven dat voor iedereen toegankelijk is. De gemeenten zijn daarbij cruciaal. Samen met lokale culturele organisaties en andere partners moeten gemeenten ervoor zorgen dat de zogeheten ‘creatieve cyclus’ (zie afbeelding) op lokaal niveau kan blijven functioneren (zie ook in: De Culturele Stad).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten