donderdag 8 januari 2015

Cultuur en citymarketing

Ter gelegenheid van het uitkomen van mijn boek De Culturele Stad (januari 2014) bracht mijn uitgever ook een andere publicatie uit, bedoelt als appetizer. Waar De Culturele Stad gewoon in papieren gedaante op de markt verscheen, kwam het bijvoegsel Over de stad uit als digitaal exemplaar; een toegift voor degenen die De Culturele Stad hadden besteld. Zoals de subtitel aangeeft, biedt Over de stad ‘hedendaagse inzichten over de stad als centrum van creativiteit, cultuur en cash’. 

Het e-boek geeft een beknopt overzicht van de auteurs en publicaties die in de afgelopen decennia van betekenis zijn geweest voor het denken over cultuur en stad. Het zijn deze inzichten die ook mede aan de basis gestaan van het conceptuele model dat centraal staat in De culturele stad, een boek waarin de kennis heb neergelegd die ik in ruim twintig jaar als consultant werkzaam in de culturele sector heb opgedaan. In het boek leg ik uit dat een culturele stad iets anders is dan een aantrekkelijke stad. Ik licht dit toe aan de hand van het verschil tussen de toerist en de reiziger. Een reiziger verplaatst zich zonder al te strak reisschema, wil bevolking en streek ervaren en doorgronden en past zich aan het land aan waar hij is. Een toerist toert volgens plan, wil de door de reisgids geselecteerde bijzonderheden beleven en verwacht dat een land zich aanpast aan hem. Zo is het ook met de stad: velen willen dat de stad zich voegt naar de eigen wensen en behoeften, maar is een stad die uitdaagt en verrast uiteindelijk niet veel aangenamer? De culturele stad is vooral een ‘how to do boek. Het vertelt hoe gemeenten in Nederland cultureler gemaakt kunnen worden.

Op zoek naar authenticiteit
Zowel in het papieren boek als in het digitale boek besteed ik aandacht aan het werk van Jane Jacobs, de godmother van de creatieve stad. Zij is degene die heeft benoemd welke stedenbouwkundige elementen essentieel zijn voor de culturele beleving van een stad: een menging van wonen, werken, winkelen en recreëren, kleine bouwblokken, een mix van oude en nieuwe gebouwen en voldoende dichtheid . Iemand die in de traditie van Jacobs doorwerkt is de New Yorkse hoogleraar sociologie Sharon Zukin. In Over de stad bespreek ik kort haar studie Naked City (2010), waarin zij zich richt op ‘the death and life of authentic urban places’. Authenticiteit is in onze tijd een gezocht en gewild goed. Het is een aanduiding geworden voor hip en aantrekkelijk. Oude gebouwen, kunstgaleries, kleine boetieks, ecologische winkels, old timers, etnische restaurants, singer-songwriters, familiebedrijven – ze worden gezien als exponenten van het authentieke leven. Zukin is hier kritisch over. Ze constateert dat authenticiteit vaak een geproduceerd fenomeen is. Waar Jane Jacobs pleitte voor de ‘urban village’, signaleert Zukin dat het concept van authenticiteit vaak wordt gebruikt (door de media, door ondernemers, maar ook door bewoners die hun onroerend goed in waarde willen laten stijgen) om economische en politieke doelen te bereiken. Het gevolg hiervan is dat authenticiteit in zijn hedendaagse betekenis weinig meer van doen heeft met oorspronkelijkheid. Authenticiteit is een stijl geworden, een beleving van oorspronkelijkheid. Voor de steden heeft deze ontwikkeling volgens Zukin zowel positieve als negatieve gevolgen. Positief is dat de media met hun zoektocht naar het authentieke gevoel de herleving en opwaardering van de stad bevorderen. Negatief is dat de oorspronkelijke bewoners van bepaalde wijken de stad uit worden gedreven vanwege de stijgende grondprijzen, waardoor het stedelijk leven aan diversiteit (en authenticiteit!) inboet.

Citymarketing
Ik deel de zorgen van Zukin, maar signaleer ook een paradox. Als we de stad aantrekkelijk willen maken hebben we authentieke elementen nodig en als we authenticiteit als middel inzetten, kan dat leiden tot kunstmatigheid en verdringing. Een tegenstelling waarvan zeker ook de city-marketing zich rekenschap moet geven. Ik durf te stellen dat een deel van de scepsis die bij culturele organisaties rond city-marketing bestaat, hiermee te maken heeft: men is bevreesd in de ogen van het publiek op te schuiven van de kunst naar de kunstmatigheid.

De stad die in Nederland het meest succesvol is op het snijvlak van citymarketing en cultuur is vermoedelijk Deventer. Zeker als dit wordt afgemeten aan de publieksaantallen van evenementen zoals het Dickens Festijn, het Humor Festival en de Deventer Boekenmarkt . Zelf kom ik graag bij het podiumkunstfestival Deventer op Stelten, dat een mooie mengeling vormt van theater, kunst en acrobatiek en dat alles tegen het decor van de historische stad. Deventer heeft de afgelopen jaren laten zien hoe je – via een nauwe samenwerking tussen stadspromotie en cultuur – de stad aantrekkelijk kunt maken én grote, nieuwe publieksgroepen voor cultuur kunt winnen. Gaat dit ten koste van de oorspronkelijkheid van Deventer? Ik denk het niet. Is de authenticiteit in het geding? Dat misschien soms wel. Maar wie de stad niet alleen aantrekkelijk, maar ook cultureel levendig wil maken, moet zo nu en dan het reservaat van de Kunst verlaten en een handreiking doen naar het grote(re) publiek.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten