woensdag 26 oktober 2016

Over de zin en onzin van 'samen (cultuur)beleid maken'



De laatste jaren is er meer aandacht voor het betrekken van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij het maken van cultuurbeleid. Vooral gemeenten neigen steeds meer naar beleid dat in samenwerking en wisselwerking tot stand komt. Het lijkt soms een modetrend, maar het is meer dan dat. Belangrijk is de constatering dat een moderne gemeente niet meer alles zelfstandig kan doen. Gemeenten zien dit onder ogen en stellen zich meer en meer op als verbinder in de lokale samenleving. 

Een kenmerk van de moderne gemeente is dat zij zich – als bewaker van het algemeen belang – toelegt op het uitzetten van de grote lijnen. Het zijn andere maatschappelijke spelers die de uitvoering tot stand brengen. Samen met deze spelers stelt de gemeente de kaders op en ze ziet erop toe – voor zover zij dat kan – dat de spelers binnen deze kaders samen aan de slag zijn. Deze manier van werken zien we in drie vormen.

Cocreatie: Samen ontwikkelen van nieuw beleid. Inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en overheid zijn elkaars partner en samen zijn ze verantwoordelijk voor de resultaten.

Coproductie: Samen met maatschappelijke organisaties of met buurgemeenten pakt de overheid bepaalde vraagstukken aan. Denk daarbij aan onderwerpen op het terrein van jeugd, zorg en veiligheid. Maar ook aan het samen met buurgemeenten leveren van bepaalde diensten.

Uitbesteden: De gemeente laat uitvoerende taken aan anderen over, maar blijft er wel zelf voor verantwoordelijk. Soms met, soms zonder financiële bijdrage, maar meestal gewoon via opdrachtgeverschap.

Burgerparticipatie als het verkeerde doel

In het lokale cultuurbeleid worden samenwerking en afstemming helaas vaak als doel op zich opgevat en niet als middel.  Gebeurt dit, dan wordt dat vaak aangeduid als  ‘draagvlak zoeken’ voor het beleid (en het feit dat dit beleid geld kost, naast dat er soms ook bezuinigingen gerealiseerd moeten worden). Ook wordt in het cultuurbeleid nog weleens als doel geformuleerd dat ‘vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd moeten worden’. In beide gevallen wordt burgerparticipatie dan als de oplossing gezien. Echter, de gedachte dat samenwerking en afstemming een doel op zich zijn is een heel beperkte. En voor cultuurbeleid is het ook onvruchtbaar. Immers, kunst en cultuur gedijen bij experiment, kritische reflectie en onorthodoxe benaderingen. Per definitie is de grote meerderheid van de bevolking daarmee nog niet vertrouwd. En dus zullen de liefhebbers van kunst en cultuur bijna altijd in de minderheid zijn. En hoezo zouden vraag en aanbod via burgerparticipatie op elkaar afgestemd kunnen worden? Om te weten waaraan nu en in de toekomst behoefte is helpt het niet om plukjes burgers te raadplegen, bijvoorbeeld via een burgerpanel of via omnibusonderzoek.


Allianties als effectief middel bij (her)positionering

Wat wel zinvol is, is organisaties, burgers en bedrijven te betrekken bij het (maken van) cultuurbeleid als dit dient als middel om tot slimme allianties te komen. De oplossing voor een knelpunt in een branche ligt namelijk vaak niet binnen die branche zelf. Contact en samenwerking met branchevreemde actoren kan ertoe leiden dat de positionering van een culturele organisatie wordt aangescherpt. En dat is van cruciaal belang, want van een goede positionering gaat een grote organiserende en richtinggevende kracht uit. Samenwerking kan eraan bijdragen dat:

  • een organisatie zich beter gaat onderscheiden ten opzichte van  concurrenten
  • de diverse klantgroepen met een beter product worden bediend; 
  • er sneller en beter ingespeeld kan worden op veranderingen in de markt;
  • medewerkers een scherpere focus krijgen.


Mijn stelling is dat samenwerking met branchevreemde actoren bijdraagt aan een betere positionering: het leidt tot een duidelijk baken waarop de organisatie koerst en waarvoor de doelgroepen van de organisatie kiezen. De stip aan de horizon werkt organiserend voor de besluiten die binnen de organisatie moeten worden genomen,  geeft richting aan het HRM-beleid, voedt de marketingacties (i.e. zichtbaarheid en bekendheid bij de belangrijkste doelgroepen) en geeft sturing aan de inzet van digitale middelen.

In de huidige tijd liggen oplossingen vaak buiten de gebaande paden. Als branche en als organisatie vind je die het best door ongebruikelijke bondgenootschappen aan te gaan.

Cultuurteam BMC

Geen opmerkingen:

Een reactie posten