maandag 1 mei 2017

Lokaal cultuurbeleid in Vlaanderen en Nederland


In Vlaanderen spelen dezelfde thema’s als in het Nederlandse cultuurbeleid. Maar de manier waarop de zaken zijn georganiseerd is behoorlijk anders. Dat is mijn voornaamste conclusie na het lezen van Miek de Kepper’s boek over 50 jaar lokaal cultuurbeleid in Vlaanderen: Over Bach, cement en de postbode. Het boek is een doorwrochte beleidsgeschiedenis waarin laag voor laag de Vlaamse bestuurlijke patronen van de afgelopen decennia worden afgepeld. 

Motieven voor cultuurbeleid
Het hart van het lokale cultuurbeleid in Vlaanderen wordt gevormd door de bibliotheken en de cultuur- en gemeenschapscentra. Zij zijn het meest wijd verspreid en het meest stevig in de lokale samenlevingen verankerd. Andere culturele voorzieningen (musea, muziekscholen, muziekpodia) zijn er wel, maar vooral in de grotere steden en vaak gefinancierd door de Vlaamse overheid. Het boek laat zien dat de verzuiling in Vlaanderen langer van invloed is geweest dan in Nederland. Hierdoor hebben het bevorderen van emancipatie en sociale samenhang in Vlaanderen tot op heden centraal gestaan in het cultuurbeleid, terwijl in Nederland andere motieven (schoonheid, kwaliteit, economische ontwikkeling) al sinds de jaren tachtig ook belangrijk zijn. 

Lokale autonomie
In Vlaanderen komt het boek op een moment dat er grote veranderingen optreden in het cultuurbeleid. Nu de verzuilde samenleving na een fase van pluralisme is geëvolueerd tot een maatschappij die wordt gekenmerkt door wat De Kepper - ontleend aan Jan Blommaert - aanduidt met superdiversiteit, geeft de Vlaamse overheid ruimte voor meer lokale pluriformiteit. De geoormerkte subsidies zoals voor cultuur worden geïntegreerd in het Gemeentefonds en de Vlaamse gemeenten worden volledig autonoom in de besteding van de gelden. Daarmee vervalt tevens de verplichting om een bibliotheek in stand te houden. Voor Vlaanderens is het spannend hoe dit zal uitpakken: leidt dit tot ‘uitgaven voor lantaarnpalen’? En tot sluiting van bibliotheken? Of blijkt het draagvlak voor cultuur op lokaal niveau stevig genoeg? 

Politieke betrokkenheid 
Er wordt naar Nederland gekeken om te zien hoe de grote autonomie voor de gemeenten hier heeft uitgepakt. Echter, de vergelijking zal slechts gedeeltelijk kunnen opgaan, want op één belangrijk punt verschilt Vlaanderen sterk van Nederland en dat betreft de betrokkenheid van de politiek bij de culturele organisaties. Waar in Nederland het culturele veld is georganiseerd in private stichtingen die een subsidierelatie onderhouden met de gemeente, daar vormen in Vlaanderen veel culturele organisaties een integraal onderdeel van de gemeente. En als ze een private vorm hebben (de vzw), dan zijn ze toch tamelijk innig met de gemeente verweven. Een kenmerk van deze constellatie is dat de cultuurprofessionals de status van ambtenaar hebben en dat politici zich soms bemoeien zich met het reilen en zeilen van het culturele bedrijf. Een ander kenmerk is dat de betrokkenheid van de politiek aanzienlijk is, waardoor er minder op cultuur wordt bezuinigd als in Nederland. De keerzijde hiervan is echter dat vernieuwingen (die vaak onder druk tot stand komen) in Vlaanderen trager tot stand komen dan bij ons. De tijd zal leren waar het lokale culturele leven straks het meest bloeiend is: in Vlaanderen waar vernieuwingen hun tijd nodig hebben, of in Nederland waar autonome gemeenten eerder de neiging hebben om veranderingen af te dwingen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten