maandag 4 september 2017

Oplossingen voor theaters in middelgrote steden



Er kwamen meer dan 4.000 clicks op ons artikel over de programmatische problemen van theaters in middelgrote gemeenten (zie: Eerste Hulp Bij Culturele Ontwikkeling). Interessante inhoudelijke reacties ontvingen we van diverse kanten, o.a. van Arjen Berendse en Cees Langeveld. Berendse stelde onder meer dat de door ons genoemde punten gelden voor alle theaters, maar dat juist de theaters in kleinere gemeenten sneller reageren op veranderingen. Cees Langeveld wees op het belang van het goed onderbouwen van beweringen en signaleerde een aantal tegentendensen, zoals nieuwe producenten die met grote producties rondreizen, de demografische ontwikkelingen (oa de groei van het aantal kapitaalkrachtige senioren) en gemeenten die de subsidie juist hebben verhoogd.

Tips & tricks


Voor de zomer kondigden we aan een vervolg te schrijven over wat theaters kunnen doen om hun positie te versterken. Puntsgewijs (organisatie, de programmering en de publieksbetrokkenheid) geven we hieronder de tips & tricks. De laatstgenoemde tips vinden we de belangrijkste.

Organisatie


  1. Zet meer vrijwilligers en freelancers in, in plaats van vaste medewerkers (inflexibele personeelsinzet door cao-afspraken). Met name met de inzet van vrijwilligers kunnen theaters meer doen. Zie het voorbeeld van de poppodia;
  2. Bevorder loopbaanontwikkeling en zeker ook de diversiteit van de medewerkers. Er is een grote behoefte aan meer mobiliteit;
  3. Besteed de exploitatie geheel of gedeeltelijk uit aan een andere (culturele) exploitant; een partij die bovenlokaal werkt, de markt kent en schaalvoordelen weet te realiseren.
  4. Vraag de eigenaar van het gebouw te kijken naar de manier van afschrijven van het gebouw. Afschrijvingen pakken lager uit over een langere periode (bijv. 40 in plaats van 30 jaar). Ook kan de afschrijving plaatsvinden op basis van restwaarde in plaats van naar nul. Een andere optie is de boekwaarde van het gebouw naar beneden bij te stellen. Een combinatie van deze opties is natuurlijk ook mogelijk.

Programmering

  1. Laat een programmeur voor meerdere theaters tegelijk werken en bespaar zo kosten. Denk aan samenwerking met een theater in de regio of met een impresariaat;;
  2. Geef plaatselijke makers – amateurs, semi-profs en professionals – een kans. Dit vergroot de binding met de omgeving;
  3. Koppel voorstellingen aan actuele thema’s of lokale verhalen en werk hierbij zo mogelijk samen met lokale makers. Op basis van deze verrijkende context kunnen podia een ‘vibe’ in de stad creëren.
  4. Maak als podia langjarige afspraken: met elkaar, met makers uit de regio en met de overheden. Podia en gezelschappen kunnen elkaar op verschillende manieren ondersteunen. Bijvoorbeeld door regionale producties en samenwerkingen op ‘prime time’ te programmeren in de culturele agenda. Of door een gezamenlijk festival op te zetten;
  5. Podia bezitten waardevolle data over hun klanten;  werk samen met andere culturele organisaties in de stad om informatiemuren te slechten.
  6. Collectieve cultuurpromotie kan een uitkomst bieden: samen thema’s en programma’s bedenken, samen aan festivals werken en samen het publiek benaderen met informatie. Juist door de krachten te bundelen – zowel op inhoudelijk als praktisch vlak – kunnen podia breken met verouderde praktijken.

Publiek

  1. Laat publieks- en doelgroepen zelf programmeren en bezoekers werven (zie het voorbeeld van de schouwburg in Deventer). Dit is voor de toekomst het belangrijkste punt. De schouwburg is dan behalve podium ook een plek waar voorstellingen worden ontwikkeld; het podium wordt dan opnieuw de belangrijkste culturele ontmoetingsplaats in de stad. In Deventer worden groepen inwoners en initiatiefnemers uitgenodigd om zelf programma’s en voorstellingen te realiseren. Dit leidt tot een vorm van participatie en eigen verantwoordelijkheid. Op die manier komen nieuwe presentatie- en festivalvormen tot stand en worden publieksgroepen bereikt die voor de eerste keer kennismaken met het theater.
  2. Nb: dit werkt alleen als vaker wordt afgeweken van traditionele werkwijzen, benaderingen, presentatievormen ed.

Wie is de gids?

Wat dit laatste betreft nog het volgende. Zoals we de vorige keer al schreven is de gidsfunctie van het theater en zijn directeur grotendeels verdwenen; het publiek heeft een keuze uit tal van culturele evenementen (waaronder de festivals en locatievoorstellingen), en kiest niet au fond voor een voorstelling in een donkere zaal. Hetzelfde geldt voor de gidsfunctie van de theaterkritiek; ooit was de kunstkritiek de belangrijkste schakel tussen het culturele aanbod en het publiek, maar dat is verleden tijd. Daarnaast hebben gedrukte media aan omvang en betekenis ingeboet. Dit hangt samen met de verandering die zich bij het publiek heeft voltrokken: niet langer laten kunstliefhebbers zich leiden door de voorkeur van een theatercriticus of door de programmering van de schouwburg: de consument is volwassen geworden en maakt eigen keuzes. 

 

Community building

Het publiek kiest op basis van hybride voorkeuren die vele malen moeilijker te beïnvloeden zijn, dan vroeger. De directe omgeving (de ‘community’) van de bezoeker heeft op dit moment het meeste invloed op de keuzes, zowel offline als online. Verder is duidelijk dat online-media grote invloed uitoefenen. Schouwburgen zullen dus grotere aandacht moeten besteden aan het opbouwen van communities rond de programmering. De belangrijke lessen om rekening mee te houden als het gaat om het opbouwen van een community:
  • Interactie gaat verder dan participatie: echte betrokkenheid van het publiek betekent bijdragen aan programmering en content;
  • Een community is niet statisch, het werkt alleen als dynamische vorm. Daarbij liggen vier factoren aan de basis van iedere community: gevoel van lidmaatschap, gevoel van invloed, vervulling van behoeften en een emotionele connectie;
  • Anonimiteit werkt niet. Het internet staat bol van de marketing; een authentieke opstelling werkt sterk daarin onderscheidend.  Met name de meningen van specifieke personen (opinion-leaders op een bepaald terrein) zijn hierbij van belang;
  • Het stimuleren van een goede online discussie vergt een inventieve moderator die de sfeer van een buurtkroeg weet te creëren, waar iedereen zich op z’n gemak voelt en het onderscheid tussen “hogere” en “lagere” kunst niet meer ter zake doet;
  • Serieuze kritiek moet ernstig worden genomen en zowel publiek als privé beantwoord worden;
  • Online en offline vormen twee zijden van dezelfde medaille. Een echt sterke community maken, duurt jaren en lukt alleen door beide kanten optimaal te benutten;
  • Ook interactie offline behoeft structuur: als publiek backstage wordt uitgenodigd, moet dit een duidelijke structuur hebben. Bijvoorbeeld met een inleiding, een nagesprek, een interview, of een mogelijkheid concrete vragen aan te leveren. Actieve moderatie offline werkt heel goed, maar is wel arbeidsintensief.

Met deze punten kunnen theaters werken aan een hernieuwde publieksbetrokkenheid en daarmee aan een goede basis voor de toekomst.



Namens BMC | team cultuur & erfgoed

Paul van Oort &

Cor Wijn

Geen opmerkingen:

Een reactie posten