woensdag 14 maart 2018

Vijf voorstellen om de bescherming van monumenten te verbeteren



Het ministerie van OCW onderzocht in de afgelopen periode of het erfgoedbeleid nog voldoet aan de eisen van de tijd. Dat gebeurde via het project Erfgoed Telt. Uit een verkenning die in dit kader plaatsvond bleek dat er momenteel veel kritische geluiden zijn over de manier waarop gemeenten hun wettelijke taken uitvoeren. Insiders signaleren niet alleen dat de deskundigheid bij gemeenten aan het afnemen is, ook stellen zij vast dat er steeds meer storingen in de communicatie zijn tussen de vele actoren die op lokaal niveau bij de monumentenzorg betrokken zijn. Het gemeentelijk toezicht (een wettelijke taak) wordt getypeerd als ‘een drama’. Het krijgt geen prioriteit, gebeurt ondeskundig en vaak pas nádat een restauratie of opgraving is afgerond.



Belangrijk bij de taakvervulling door overheden en de beoordeling daarvan is: corrigerend vermogen. Onze maatschappij en ons staatbestel zijn zo ingericht dat als overheden tekortschieten in hun taakuitoefening dit vroeg of laat wordt gecorrigeerd. Dat gebeurt door het bestuurlijke systeem van wederzijdse controle en evenwicht en door bestuursrechtelijke uitspraken. Ook interventies van de pers en van het algemene publiek kunnen corrigerend werken. Voor veel maatschappelijke domeinen geldt dat vroegtijdige correctie valt te prefereren boven een late reactie. Dat geldt voor tekortkomingen in de jeugdzorg en voor falend milieutoezicht en het is ook van toepassing als het gaat om cultuurgoederen. De relevante vraag voor Erfgoed Telt is of de gangbare corrigerende mechanismen thans nog tijdig en in voldoende mate werkzaam zijn. Uit een onderzoek van BMC (met de veelzeggende titel Stelsel op lappendeken) blijkt dat de manier waarop monumenten tegen beschadiging en vernietiging worden beschermd mankementen vertoont. Hieronder doe ik vijf voorstellen om het corrigerend vermogen van het monumentenzorgstelsel structureel te verstevigen.



Stel een MonumentenAutoriteit in

Stel een centraal orgaan in dat zich over flagrante schendingen van monumentale waarden buigt (‘naming en shaming’), bijvoorbeeld een MonumentenAutoriteit, of een Onderzoeksraad voor Monumentale Waarden. Zorg dat zo’n orgaan gezag heeft en doorzettingsmacht. Dit vergt enige afstand tot het ministerie en ook tot de andere overheden. Zet de huidige Erfgoedinspectie op grotere afstand van het ministerie en maak haar tot een belangrijk onderdeel van het nieuwe orgaan. Geef dat orgaan dus een bredere opdracht dan de Inspectie thans heeft. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft in het veld het imago van een tandeloze tijger. Voorkom dat dit beeld ook rond dit nieuwe orgaan ontstaat.

Laat het orgaan niet alleen misstanden aan de kaak stellen, maar ook het maatschappelijke debat over erfgoedwaarden voeden, zoals de Onderzoeksraad voor de Veiligheid het debat voedt over wat we als maatschappij acceptabel vinden wanneer het gaat om onze veiligheid.

Geef het orgaan instrumenten in de sfeer van onderzoek en analyse. In de Erfgoedwet is daarvoor wel een haakje te vinden. Een voorbeeld is de Erfgoedmonitor, maar die kan steviger opgetuigd en gepositioneerd worden. Ook onderzoek onder individuele gemeenten en specifieke misstanden is meer dan welkom. In de periode vóór de inwerkingtreding van Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (d.w.z. voor 2012) had de Inspectie wat dit betreft meer middelen dan nu.



Leer van gedecentraliseerde zorgterreinen

Wanneer we kijken naar de “zorgachtige” terreinen waar taken naar gemeenten zijn gedecentraliseerd (de ouderenzorg, de jeugdzorg, de milieuzorg en ook de monumentenzorg) dan valt op dat het gemeenten vaak moeite kost om haar coördinerende of regisserende rol goed in te vullen, zeker in de beginperiode.  Dit komt vooral door de veelheid aan actoren die bij “de zorg” zijn betrokken. Breng gemeenten ertoe om de lessen die zijn getrokken op het terrein van de gedecentraliseerde zorg óók toe te passen in de monumentenzorg. Stimuleer bijvoorbeeld dat er wordt gewerkt met gebiedsgerichte teams. En dat via ‘’keukentafelgesprekken’’ met monumenteigenaren periodiek in beeld wordt gebracht welke zorg er nodig is aan het monument. Het gesprek dient dan om duidelijk te krijgen waaraan een eigenaar specifiek behoefte heeft. De gemeente kan daarbij nagaan wat een eigenaar zelf weet en kan regelen. Op grond daarvan kan gericht advies worden gegeven. Een mooi voorbeeld is  de manier van werken van de Monumentenwacht in Groningen (vliegende keep-constructie). Een term die in dit verband wel is gebruikt is: een apk-moment voor het monument. Overigens is het sowieso wenselijk om de provinciale Monumentenwacht in positie te brengen als centrale actor voor (overleg over) onderhoud, kwaliteitsbeleid, advisering over subsidies en toezicht.



Start met het elektronisch monumentendossier

Versterk de (informatie)positie van eigenaren en burgers door toe te werken naar een elektronisch monumentendossier per monument, centraal opgeslagen en vrij toegankelijk voor iedereen. Benader dit als ware het een elektronisch patiëntendossier. Daarin staat de hele medische geschiedenis van het individu; in het digitale monumentendossier zou op termijn de hele bouwhistorie kunnen zijn opgenomen. Als dit openbaar toegankelijk is, versterkt dit het maatschappelijk immuunsysteem tegen de aantasting van erfgoed, want burgers en belangenorganisaties hebben direct toegang tot kennis over het monument en kunnen zo nodig op basis daarvan actie ondernemen.[1] NB: ook gemeenten zullen hiermee zijn geholpen. Immers: de digitale informatiesystemen van veel gemeenten zijn niet op orde waar het monumentale waarden, bouwhistorische rapporten en bouwtekeningen betreft.



Koppel aan het elektronische monumentendossier ook een uniek monumentnummer dat zichtbaar op de gevel moet worden aangebracht. Hiermee wordt bij eigenaren, burgers en waakhond-organisaties het bewustzijn versterkt dat het ter plaatse om een object gaat waarvan de monumentale waarde bescherming verdient (het Schotse model).



Maak melden makkelijk

Versterk het geheel van checks en balances door beter gebruik te maken van betrokken en meldende burgers en van organisaties die een waakhondfunctie vervullen. Maak beter duidelijk waar kan worden gemeld, wat ermee wordt gedaan en hoe er (eenduidig) wordt geregistreerd.



Versterk het maatschappelijk immuunsysteem
Het laatste punt neemt de voorgaande punten samen en verbindt deze. Het houdt in dat we met deze voorstellen en met andere ideeën moeten proberen het maatschappelijke immuunsysteem tegen aantasting van erfgoed te vergroten. De #MeToo-actie laat zien dat het grote publiek tegenwoordig goed te mobiliseren is om misstanden aan de kaak te stellen. De kunst is om een zodanig maatschappelijk klimaat te creëren dat het aantasten van een monument als een wantoestand wordt gezien. Het opbouwen van een maatschappelijk immuunsysteem (bewustwording!) werkt preventief en is de beste remedie tegen falend beleid en haperend toezicht. Een MonumentenAutoriteit, keukentafelgesprekken, een centrale rol voor de Monumentenwacht, elektronische dossiers, duidelijke spelregels voor meldingen van misstanden: het zal allemaal aan die bewustwording bijdragen.


[1] Voor de archeologie is dit al wel geregeld, namelijk via Archis (het Archeologisch Informatiesysteem met gegevens over vindplaatsen en terreinen in heel Nederland). Het gaat om opvolging van deze benadering voor de bovengrondse monumenten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten